Stedentrip XL
Voor het startschot klonk was er al veel gebeurd. Waar te beginnen… in het voorjaar was ik door Nils gevraagd om mee te racen. Ik had nog nooit een AR (adventure race) gedaan maar het leek me supergaaf. In de loop van de maanden heb ik mijn teamies, Nils, Luc en Paula leren kennen. En langzamerhand leerde ik door de verhalen het wereldje van AR kennen. Om elkaar te leren kennen, hebben we samen gesport, leren SUPen (ahum) en goede gesprekken gehad. Onze App-groep ontplofte vaak van de lachsalvo’s. En donderdagochtend, 11 oktober 2018 begon dan eindelijk ons avontuur op Schiphol.
Onze tweede etappe is MTB; dus we pakken onze tas voor droge spullen (fietsbroek), vullen onze reepjes aan en eten vieze pasta op de TA. Het geeft ons en ook mij nieuwe energie. We verlaten de TA en trappen vol enthousiasme de pedalen rond. Baskenland heeft bergen en ook veel heuvels, we slingeren door het landschap en de weg vinden is makkelijker in daglicht. Prachtige vergezichten verrassen ons ook nu steeds weer. Hoe gaaf is het om hier te mogen racen!De klims zijn steil er naarmate de kilometers toenemen, nemen ook de steken in mijn knie toe tijdens het klimmen. Grrrr, dat is niet best want normaliter worden mijn knieën beterder door het fietsen. We pakken alle CP’s al kost het wel meer tijd dan ons tijdsplan. Halverwege de middag komen we aan op TA2. Fietsen op slot, tas voor Wet Section pakken, samen warme maaltijd delen, zak chips leeg eten, zonnebrand smeren, cola drinken en door.
We mogen 2KM wandelen naar de start van het kayaken – ik strompel lichtjes. Nog maar net in de kayak zittend gaan de voetjes overboord en wordt het hoofd gekoeld. De zon brandt genadeloos en we zijn blij op het koele water te zitten. Wind mee en stroom tegen om het verste CP te pakken. Wind tegen en stroom mee om terug te komen. De eerste helft tegen de warme zon in en terug ondergaande zon in de rug. Door de flinke wind zijn er golven en we houden het dan ook niet droog. Eerst zijn we er nog blij mee maar tegen het einde, toen de zon achter de bergen was, was het koud. We rolden de kayak uit want door het stilzitten waren de benen verkrampt.
Twee kilometer terugsjokken naar TA om een peddel te pakken voor het SUPen. Inmiddels wordt het donker en mogen de hoofdlampen weer aan. Ik strompel richting de start van het SUPen, mijn knie is dusdanig gezwollen dat buigen niet goed lukt – het SUPen wordt een drama. Ik heb geen balansgevoel en moet dus zittend SUPen maar dat lukt bijna niet door een reddingsvest dat mijn keel afsluit. Uiteraard overleef ik dat, net als de anderen die het SUPen ook niet fantastisch vonden (grijns).
–kort verhaal–
Vorige week zaterdag heb ik een 21,5+KM in Zweden gezwommen. Dat is lang, heel lang zwemmen en het was fris. De hot tub bij de finish was dan ook paradijselijk, net als de warme koffie. Bij het zwemmen heb je weinig afleiding/prikkels dus is dat mentaal best een klus. Maar wat een reis was dat – er is zoveel gebeurd onderweg dat onderstaande blog een lang verhaal geworden is.
Dinsdagavond voor de simlopp sluiten we aan bij de trainingsgroep van Värnamo voor het verkennen van het laatste deel van het parkoers. Het water is glad maar de trainer (tevens speaker op zaterdag) vertelt ons dat hij nog nooit in zulk mooi glad water had gezwommen. Het zonnetje schijnt maar toch kom ik na een uur met witte handen uit het water. Ieks, dan toch mét? De andere dagen wisselend gezwommen met én zonder oude en nieuwe pak. Ik trok telkens dezelfde conclusie; zonder pak voelde beter voor mijn schouder. Maar kanttekeningen waren er ook, het zou koud zijn en lang duren. Dus tips opgevraagd bij de expert over wat wel/niet in te smeren met vaseline. De weersvoorspellingen volgde ik nauwlettend; ze waren niet best met een bak wind en gevoelstemperatuur van onder de 20 graden.
De eerste verzorgingspost is een drijvend vlot – ik tik aan, eet een banaan, drink cola, neem gel en zwem vlotjes weg. Ik kijk op mijn klok – hé dat is 1.18 op 3,8KM, dat is supersnel! Dat gaf spirit en warmte. De volgende kilometer tikt vlotjes weg. Om de focus van temperatuur weg te houden, besluit ik om slagen te tellen. Mijn horloge geeft elke 100m een piepje dus eens tellen of ik gelijkmatig zwem. Ik tel en mijn horloge piept na 42 tellen – dat kan niet kloppen. De volgende 100m weer en daarna weer, zelfs nog een keer bij 36 en een keer bij 46. Dit kan niet kloppen – dat is een bizar lage slagfrequentie (dat zou wel erg goed zijn). Dus ik besluit om bij de volgende boei de complete KM te tellen, ik zou dan rond de 420 moeten uitkomen. Ik tel en kom uit op 786 – huh? Okay, dat doen we dus niet meer. Nog een boei en dan ben ik in de buurt van de tweede verzorgingspost. Mijn benen trillen, ik heb het koud – ik focus weer op de zon aan mijn linkerzijde. Ondertussen golft het meer al meer en is het lastiger navigeren omdat er minder zwemmers om mij heen zijn.
De derde verzorgingspost is onze eigen camping – in de dagen voor de tocht lag boei 13 zo’n 100m voor de camping. Dus ik ben ik op zoek naar boei 13, plots wordt ik door een bootje naar de linkerkant gedirigeerd – ik ben er al. Maar waar is boei 13? Loslaten die gedachte – het maakt niet uit waar de boeien liggen, de afstand wordt er niet korter door. Bij deze post heb ik meteen om een deken gevraagd, ik krijg m omgeslagen en iemand wrijft over mijn rug – ik kreun, hij schrikt..mijn rug is namelijk compleet verstijfd. Iets zachter wordt er doorgewreven over mijn rug. Inmiddels voel ik druppels en hoor ik gedonder – het weer ziet er niet echt joveltjes uit met steeds grijzer wordende lucht. Ondertussen drink ik weer een half bakje koffie, eet gel, snickertjes en banaan. Achter de verzorgingpost heeft het publiek (campinggasten) zich op hun klapstoeltjes verzameld – het lijkt wel een tribune. Ik lach en zwaai en zeg dat ik er weer vandoor ga. Ook nu weer, stukje rennen in het ondiepe water om warmte te creeeren. Het volgende stukje zwemmen is door een wat nauwere doorgang tussen land en eiland – bovenste laagje van het water is heerlijk warm maar 10cm lager lijkt het water wel 0 graden. Het water is hier glad dus ik kan in een ritme komen. Ik gun mezelf wat langer drijftijd in die comfi 10cm door bij te leggen. Ik zie een boei; boei 13, tuurlijk… in mijn linkerooghoek zie ik weer dezelfde zwemmer en hij heeft de binnenbocht genomen. Ik zwenk naar links en probeer in zijn kielzog mee te komen. De golfjes keren terug en mijn ritme is weg. Lichaam begint weer te rillen. Mijn gedachten gaan naar afgelopen winter – Harrietjus! De hele winter door heb ik én gezwommen én gedipt, dus ik weet dat ik tegen kou kan. Sterker nog, bij de dips is water van 5 graad weet ik dat je het goed kunt uithouden als je de kou mentaal los kunt laten. Dus ik ga aan de slag – kou loslaten, benen ontspannen, armen ontspannen en focus op ademen. Het helpt en ik loop weer iets in op de man voor mij.
De Thor Beach Triathlon is naar eigen zeggen de “toughest triathlon” van Denemarken (ook voor de halve afstand): zwemmen met gigagolven en stroming in de Noordzee – fietsen door de vals platte Deense polder met wind van alle kanten – hardlopen langs de kust door mul zand => het filmpje zegt genoeg, net als de foto’s hieronder… wat is dat gaaf buitenspelen! En dan als afsluiter: op het podium met Camilla Pedersen(knipoog).Totaaltijd: 6:18:48 (3e en laatste #knipoog)
Voor diegenen die HRE niet kennen; je zwemt/rent een rondje met 12 eilanden in de Vinkeveense Plassen. Altijd afwisselend, altijd mooi, altijd zwaar.. totaal 1,5KM zwemmen en 5KM lopen per ronde.
De mensen op de eilanden kregen door dat ik vaker langsliep en moedigden me aan. Het water werd woeliger door de bootjes die uitvoeren maar inmiddels wist ik wat de kortste route was naar het volgende eiland. Ondertussen tikte ik mijn rondes in strak tempo af (what’s new.. maar toegegeven, het blijft mij oprecht verbazen omdat het niet zo voelt). Eten en drinken volgens vast regime en alles bleef binnen.Ik heb het er niet graag over maar toch is ie er: de loopdip. Na The Oner-prestatie was ik het liefst gewoon doorgegaan met buitenspelen. Uiteraard mentaal en fysiek de eerste weken een paar tandjes terug schakelen. Maar helaas mijn hoofd en benen spartelen nog hevig tegen.
Na mijn tranen bij The Oner-finish wist ik dat ik diep gegraven had; dieper dan gebruikelijk. Dus dat realiserend, paste ik mijn zomerplanning aan, verlengde mijn hersteltijd en hoopte ik ondertussen dat de loopvibe weer snel terug kwam.
Inmiddels is dat ruim 2 maand geleden. En het verlangen is wel een dingetje hoor..ik wil weer zwerven door de bossen, ik lonk naar sprokkelkm’s en wil graag bergop en -af kachelen.
Uit ervaring weet ik dat afdwingen averechts helpt. Wat wel helpt is afleiding zoeken, dus sporten met anderen en nieuwe buitenspeelavonturen beleven. Dus vol verve leg ik me daarop toe (knipoog).
Mijn zwemdoel voor deze zomer is vrij uitdagend: de Vidörnsimmet in Zweden (ruim 21KM). Dat vergt de nodige aandacht en uren maar levert ondertussen nieuwe ervaringen op. Uren zwemmen in het buitenwater, zwemboei mee met eten en drinken en ondertussen plassen verkennen – hoe vet is dat!
En dan heb ik nog mijn fietsbenen – ze zijn nog niet in jofele staat, maar goed genoeg om mooie gidsritten in de Alpen te maken.
Die loopvibe – die komt wel terug en ondertussen word ik enorm blij van mijn zwemomzwervingen en fietstochten in goed gezelschap!
Ik zeg het altijd gekscherend dat ik niet train maar sport – bijna altijd vind ik het namelijk leuk om me in te spannen. Afgelopen weekend was het echter trainen – doorgaan wanneer je het eigenlijk niet helemaal meer fantastisch vind. Gelukkig was ik meestal in goed gezelschap, at ik appelgebak, kwam ik langs de eenzame eik en ging ik door loopgraven. Bovendien, Streekpad 13 was verrassend afwisselend en ik heb weer nieuwe routes in mijn eigen streek ontdekt. Allemaal ingrediënten waar ik heel blij van word – zo blij dat ik alweer vergeten ben dat ik getraind heb afgelopen weekend..
Streekpad 13 = Utrechtpad, gemakkelijk aan te reizen met OV en enorm gevarieerd landschap dat mij bleef verbazen.
Voor geïnteresseerden, het ultra-verhaal van mijn ultra-trainingsweekend:
Originele plan was om op zaterdag en zondag een deel van het Utrechtpad te lopen – 165KM zou teveel zijn om in twee dagen te doen. Maar aangezien het Streekpad zo ongeveer langs mijn werk komt, besloot ik op vrijdagavond vast een start te maken.
Dus rugzakje en hoofdlamp op om via het Kromme Rijnpad van Cothen naar Utrecht CS te rennen. Een bekend deel van het pad want hier ren ik vaker – altijd mooi en bij modderige ondergrond altijd een beetje spannend zo vlak langs de Rijn.
Zaterdag op het station de spieren gerekt en in het zonnetje langs de Vecht rustig warm gehobbeld richting Maarssen, door de polder naar Egelshoek, over de hei en door het bos naar Lage Vuursche en langs Paleis Soestdijk naar Baarn. Tijd voor cola en appeltaart! Benen even omhoog en door de polder naar Amersfoort zodat we net voor het donker de trein in konden springen.
Zondag staan we op Amersfoort station klaar voor de start – de pijntjes en stramheid hadden toegeslagen, ik moest 7x stoppen in de eerste 5KM om niet in de kramp te schieten..waar zou dit eindigen? Amersfoort uit, over de Treek, achterlangs Woudenberg, over de Grebbelinie (in en door loopgraven), rond de kerk in Scherpenzeel om daarna via Renswoude naar Veenendaal De Klomp te rennen. Daar een cola uit de automaat, het was een moeizame etappe met lange pauzes (of kwam het door de fotosessie bij de grebbelinie..?).
Nu ik in drie dagen zoveel KM’s van het Utrechtpad gelopen had, kon ik m net zo goed afmaken, toch? Maandag na het werk rugzakje en hoofdlamp weer op en, in tegengestelde richting, naar Wijk bij Duurstede en door de polder, onder andere glibberend en glijend over het Gerrit Achterbergpad, naar Leersum doorsteken. Dit deel van de polder ken ik goed op de fiets, maar ik had geen idee dat je er zulke leuke paadjes liepen.
Laatste etappe op dinsdag ging over de Amerongseberg, langs de eenzame eik, over een stukje Let de Stigterpad en langs Leersumse Veld en over de Donderberg naar de bushalte. Het was een parel van een etappe in het donker; de stilte, de schaduwen, de verborgen paaltjes – het was een mooie zoektocht over hei en door bos. En exact op tijd bij de bushalte – wat een mazzel.