Vorig jaar ging ik spontaan op vakantie met de kick bike – het was mijn eerste kickbike-avontuur waarvan ik niet wist of het kon. Afgelopen weekend ging ik weer op avontuur met de kickbike, deze keer off road – ik wist niet of dat kon..
Ik ging de Green Divide proberen te volbrengen op mijn step. Na mijn Zweden-avontuur had ik nog dagen vrij en was ik mentaal niet geheel uitgespeeld in de buitenlucht. Dus zat ik op de bank te dubben wat ik kon/wilde doen in een lang weekend. En dan weet ik eigenlijk niet hoe het allemaal bij elkaar komt, maar een dag later pakte ik de trein. Ik ging met mijn kickbike naar Naarden-Bussum, startpunt van de Green Divide. Met een lengte van 300 kilometer is de Green Divide de langste groene offroad bikepacking route van Nederland. Een aantal jaar geleden heb ik deze gegraveled en nu wil ik het proberen op de kickbike.
Dag 1 Naarden-Bussum – Rhenen
Vandaag kickbike ik het deel dat ik eigenlijk best goed ken; hier fiets/gravel ik vaker. Het eerste deel van dit stuk vind ik erg mooi, dat is ook het minst bekend bij mij. Via mooie gravelpaadjes gaat het door ’t Gooi en het stept lekker door. Mijn eerste pauze doe ik bij Theehuis ’t Bluk; midden op de heide oostelijk van Hilversum. Hier stop ik nooit omdat het relatief dichtbij huis is. Maar nu is het lekker om even rustig te zitten en alvast een kleine evaluatie te doen. Voor vanavond heb ik nog geen slaapplek. De eerste 20km zijn om gevlogen; letterlijk en figuurlijk. Gisteren en vandaag had ik rondgebeld voor Vrienden Op De Fiets, maar zo op het laatste moment heb ik nog geen succes gehad. Ik mik op Amerongen maar met mijn huidige snelheid kan ik Rhenen wel bereiken – daar boek ik dan ook een hotel.
Ik stap weer op de kickbike en pendel voort. Bij Lage Vuursche maakt de route een beetje een gek alternatief – ik weet namelijk een veel leukere, offroad, oplossing. Ai, ik heb niet zo goed nagedacht – de gpx die ik volg is al zo’n 5 jaar oud en in de tussentijd zijn er vast veel dingen veranderd. Het zij zo, ik los het onderweg wel op en desnoods moet ik meer km’s steppen. Wegopbrekingen, of padopbrekingen, kan ik ook niet plannen/vermijden. Zo eentje had ik er namelijk daarnet al gehad.
De Heuvelrug ligt er lekker bij. Het weer is iets minder – beetje frisjes met maartse hagelbuien. Hard doorsteppen dan blijf ik warm genoeg. Ik step langs Austerlitz, door Maarn en kom dan op het Let de Stigterpad – altijd een prachtig pad. Bij Rhenen zwaai ik eerst ‘achterlangs’ voor ik de klim de Grebbeberg neem. Het hagelt weer en alles wordt een beetje wit – de hagel blijft liggen. In het dorp zet ik de gps op stop en step via de supermarkt naar mijn hotel. Ik ben nat en koud en verkleumd als ik aankom, maar de warmte en het eten maken alles al weer snel goed.
Dag twee Rhenen – Beekbergen
Het is een koude nacht geweest met kans op gladheid dus ik vertrek niet al te vroeg. Gelukkig schijnt de zon al volop en dat voelt minder koud aan. Ik vervolg mijn tocht richting Wageningen en de Veluwe. Het gaat dan al snel door het bos over wat modderigere paadjes. Het tempo zakt wat, maar dat had ik al verwacht. Vanaf nu ken ik de route steeds minder goed. Ik ben telkens benieuwd wat er nog meer komt. Af en toe zit op stukken van de mountainbike-route; gelukkig zijn het makkelijke stukken met niet teveel hoogteverschillen. Tricky zijn de boomwortels waar ik op ‘vastloop’ met mijn kickbike.
Het stuk naar Oosterbeek, gelukkig niet op de MTB-route want daar zaten flink wat hoogteverschillen in, is over een modderpad. Ik ben niet de enige die hier aan het kneuteren is; net afgestudeerde motoragenten komen hier vast te zitten, ze lachen er zelf het hardst om. Bij Oosterbeek ga ik het dorp in – ik heb behoefte aan een pauze en wil ook weer mijn slaapplek regelen. In het zonnetje kan ik, uit de wind gehuld in een fleece-deken, heerlijk op het terras van het Grand Café zitten.
Mijn gemiddelde van vandaag ligt lager dus moet ik mijn optimisme een beetje bijstellen. Het is overigens prachtig dus het maakt ook helemaal niets uit. Ik step nog vlak langs Arnhem maar merk hier bijna niets van. Zowel uitgestrekte heide, zandvlaktes en bossen doorkruis ik. Eigenlijk heb ik geen idee of ik noord/zuid ga – schaduw heb ik ook niet altijd.
Op het laatste deel, nog zo’n 800m te gaan, ga ik plots op mijn plaat. Oef, ik ging over de kop en kwam best hard neer. Ik sta even te draaien op mijn benen van de schrik en beide wielen draaien niet meer. Lastig, maar als het echt onoplosbaar is dan hoef ik niet ver meer. Ik inspecteer mijn kickbike en zie dat beide spatborden verbogen zijn – ahaa, dat valt te fiksen met wat duw- en trekwerk. Mijn wielen draaien gelukkig weer en langzaam step ik in het mulle zand verder naar mijn hotel. De smakkert heeft even mijn vertrouwen weggeslagen.
Dag drie Beekbergen – Elspeet
De dag begint bewolkt en daarmee frisjes. Het kost me iets meer tijd om weer op gang te komen; blijkbaar ben ik toch wat stijfjes van de smakkert van gisteren. Gelukkig start ik met een pad van betonplaten, ik kan er lekker inrollen. Het gaat richting Kootwijk en ik weet al dat ik Radio Kootwijk niet ga zien. Toch een beetje raar, ben al meerdere keren in de buurt geweest maar heb het imponerende gebouw nooit gezien.
Vandaag kom ik minder vaak langs horeca dus pak ik de eerste koffie-stop. Dit is bij een groot, populair restaurant of moet ik zeggen Buitenplaats; binnen drink ik mijn koffie naast een opgezette wolf. Ik kickbike grote stukken door het Kroondomein. Het is lekker rustig op de paden. De route gaat dwars door bossen en over mulle zandpaden. De tweede helft wordt het wat vlakker zodat ik uiteindelijk nog lekker door kan steppen ondanks boomwortels en ander potentieel val-gevaar.
In het allerlaatste deel ga ik door de Leuvenumse bossen en weet nu al dat ik dit deel bestempel als mijn meest favoriete deel van de route. Het is prachtig; ik ga slingerend door het bos en een stukje langs de beek. Al weet ik niet helemaal zeker of ik hier overal legaal gestept heb.. (oepsie)
In Elspeet zet ik de teller op stop en ga richting supermarkt. Ik sla nieuwe snacks voor morgen in want ook dan kom ik weinig horeca tegen. Verder loop ik langs de viskraam voor verse kibbeling. Hierna step ik nog 6km door naar mijn overnachtingsplek. Uiteindelijk zijn het minder kilometers op de “Green Divide-teller”, maar al met al best een lange dag.
Dag vier Elspeet – Zwolle
De laatste dag alweer – ik step met een slinger naar het zuiden, weer door een deel van het Kroondomein, en dan richting het oosten, Zwolle. Van de vorige keer weet ik dat ik het laatste deel best pittig vond. Ik ga het zien – vandaag heb ik geen haast. Ik bind mijn tas weer op mijn bagagerekje en zorg dat deze goed vast ligt. Met al dat gestuiter wil ik natuurlijk niet dat deze er af gaat glijden. Ik trek mijn wanten aan – deze heb ik op het allerlaatste moment van thuis meegegrist en ik heb ze nu de hele tijd aan. De maartse buien en de venijnige wind zorgen ervoor dat het geen warm tochtje is – gelukkig piept de zon er geregeld door.
Ook vandaag kom ik weinig horeca tegen, dus ik step een klein stukje om. Misschien was het niet de allerhandigste keuze om bij pannenkoekenhuis De Ossenstal mijn koffie te willen drinken. Het is tjokvol, alle tafeltjes zijn gereserveerd en kinderen rennen met stroopwangen rond. Binnen tien minuten ben ik weg uit de lawaaierige ruimte en twee kilometer later ben ik op stille paadjes. Wat ben ik verwend in deze dagen met stilte, rust en ruimte om mij heen. Af en toe is een pad afgesloten, af en toe zit ik op een MTB-route maar eigenlijk loopt de route heerlijk door en ga ik sneller dan verwacht. Ik doe wat extra stops onderweg in het zonnetje en bemerk dat het drukker is dan afgelopen dagen.
Nog zo’n kleine 15km te gaan en ik ga aftellen – dat is niet handig want juist in dit stuk zitten nog een paar steile, mulle zandheuvels. Dat was waarschijnlijk de valkuil van de vorige keer. Dus ik stop, neem een reepje en kijk om mij heen – hoe tof is deze route toch eigenlijk. Heerlijk door de natuur over prima berijdbare paden vier dagen lang kunnen genieten.
Nu is Zwolle dan toch echt in zicht, ik kickbike over de IJssel en slinger nog door een park en pas de laatste kilometer is in bebouwd gebied. Ik koop mijn fietskaartje en pak de stoptrein. Ruim een uur later ben ik weer thuis maar wel een heerlijk avontuur rijker. En ja, voor nu ben ik wel even uitgespeeld – er mag weer gewerkt worden om volgende avonturen te kunnen beleven.
De getallen achter mijn verhaal:
Naarden-Bussum – Rhenen 83km, 471hm
Rhenen – Beekbergen 85km, 576 hm
Beekbergen – Elspeet 71km, 464 hm
Elspeet – Zwolle 61km, 358 hm
Mijn gemiddelden op de kickbike lagen rond tussen de 12 en 14km/u. Bagage had ik in een dry bag op mijn bagage-rekje voorop gedaan. Veel meer dan een tandenborstel, extra (regen)kleding, een boek en snacks voor onderweg had ik niet mij bij.
Het is een luxe maar ik ben verwend.. de laatste twee jaren ben ik elke winter in mijn tentje in de witte wereld geweest – dus dat wil ik ook dit jaar. Niet alleen omdat ik het mooi vind, maar vooral omdat ik mij dan nietig voel en ik basale keuzes moet maken om te overleven. Nu is het niet zo dat ik in direct levensgevaar ben, maar potentieel kan het escaleren als ik een paar ‘foute’ keuzes maak.
Dag één
Na een paar dagen Östersund (bijkomen van Vasaloppet week) neem ik de trein naar Undersåker. Plan is om daar vandaan Åre noordelijk te ronden en dan naar het zuiden om door de bergen naar Sylarna en Helags te trekken. Op die manier zou ik eerst door lager gelegen gebied, met minder hoogtemeters, trekken om te wennen aan het tenten en het trekken van de pulka. Ik heb zo’n kleine vier weken om stuk te slaan.
Echter, in Undersåker is het warm, sneeuw ligt er niet in overvloed en het miezert. Kortom, tijd voor een ander plan.. ik neem de bus naar Östra Vålådalen, hogerop in de bergen. Ik stap uit bij Vålågården en neem daar nog wat te drinken voor ik mijn slee her-inpak voor de eerste kilometers.
Het is al einde middag dus ver zal ik niet komen… als ik maar uit de bewoonde wereld ben om ergens mijn tent op te zetten. Omdat ik denk dat het slechts een paar kilometers zijn, heb ik mijn slee niet goed ingepakt – deze is topzwaar en toppelt over bij het minst geringste hobbeltje (grrr – eigen schuld). Ook is de sneeuw ijzig, dus weglaufen zonder skins is ook geen optie dus binnen no time lig ik op mijn snufferd (grrr2 – eigen schuld). En ja, het gaat bergop dus het gaat superlangzaam. Ik weet het – ik moet er nog in groeien.
Na 5km kom ik op een mooie vlakte en ik ga stil staan. Dit is mogelijk een plek om mijn tent op te slaan, dus ik kijk naar een horizontaal stukje sneeuw. Omdat ik stil sta, valt ineens de stilte op. Aaah, dit is zo’n heerlijke stilte – een soort zen-stilte want het enige geluid dat je hoort, het geluid is dat je zelf maakt.
Ik heb dus mijn plek gevonden en ik ga aan de slag. De laag bovenop de sneeuw is net voldoende bevroren zodat ik op mijn schoenen kan rondlopen (geen snowshoes nodig!); dus dat is luxe. Voor mijn zitkuil moet ik even werken (door die ijslaag heen bikken) maar het lukt wel. ’s Avonds lees ik ontspannen mijn boek in de voortent. Ik lig vroeg in bed – dat reizen met een pulka is best vermoeiend. ’s Nachts kruip ik nog een keer uit de slaapzak – er is namelijk kans op noorderlicht. En jawel, omdat ik op een vlakte sta, heb ik een schouwspel om mij en de tent heen.
Dag twee
Mijn tent wordt langzaamaan in het licht gezet door de opkomende zon – dat is heerlijk ontwaken. Het is niet echt koud geweest maar ik moet toch wel wennen. Ik neem mijn ontbijt in de slaapzak en dat blijft speciaal. Eerst een kopje koffie maken met het warme water uit de thermos die ik uit de slaapzak tover. Dan een half bevroren broodje besmeren met half harde boter en kaas uit een tube. Die kaas heb ik eerst voorverwarmd door deze in mijn donsjaszak te doen.
Het inpakken duurt zo’n eerste dag uiteraard langer. Denkende aan gisteren pak ik mijn slee net wat anders in – zware dingen (=eten en drinken) op de bodem. En dan ga ik op weg. Het gaat nog steeds bergop en de sporen zijn enorm ijzig. Ik loop dus constant op mijn stijgvellen – dat is zwaar (aan de voet en je hebt geen glijmoment).
Langzaamaan kom ik wel ergens. Na een uur kom ik door een zomernederzetting en besluit daar mijn eerst koffie te nemen. Zo’n fika op de fjäll (koffie in de natuur) vind ik altijd een mooi moment. Het zijn de lekkerste koffie’s zo zittend op de pulka, genietend van de rust en ruimte om je heen (tenzij je uiteraard in een storm zit). Ja zelfs de snabbkaffe (poederkoffie) is dan verrukkelijk.
Na drie uur kom ik bij een hut; hier vraag ik naar het weer en om water. Verder naar het zuiden afzakken heeft weinig zin omdat het warm blijft op lagere hoogte; dus besluit ik het hogerop te zoeken.
Wat betreft het water: vaak is er bij de hut toegang tot stromend water, dat scheelt in kooktijd ten opzichte van sneeuw. Uiteraard moet ik het water wel zelf halen; dit keer met een emmer uit de stromende rivier.
Ik glij nog weer een uurtje door over de ijzige sporen en zit royaal in de tijd. Het gaat continue over besneeuwde heide, soms kale rotsen en bevroren meren lichtjes op en neer. Dan besluit ik om in de zon, hangend op mijn pulka (op mijn artic bedding is het aangenaam hangen), mijn boek te lezen voor het komende uur. Als ik daar comfortabel hang, komt er een gezin voorbij met pulka. Zo te zien kamperen zij ook in een tent. En een Zweeds koppel dat even stil staat om te kletsen. Ze klagen over de sneeuw – yup, deze is glad en ijzig en zonder vellen is dat best lastig manouvreren.
Na mijn pauze trek ik een uurtje door op zoek naar een vlak stuk voor de tent. Ook moet er voldoende sneeuw zijn voor mijn haringen, anders blijft mijn tent zo lastig staan. Iets hogerop vind ik een perfect plekje – ook opgevroren sneeuw, deze keer een iets dikkere ijslaag zodat ik geen zitkuil kan maken. In de verte zie ik de hogere bergen, onder andere de rotsformatie bij Helags. Het is een prachtig zicht; een half uurtje later hangen er rollende wolken boven deze bergen ook een prachtig gezicht maar ook een beetje onheilspellend. Misschien is er weersverandering op komst, gelukkig is het ver weg.
Dag drie
Poehpoe, het is wel werken met deze sneeuw. Temperatuur is boven nul dus zware slush puppie sneeuw. Ik ben nog steeds aan het klimmen – ik ga nu richting Vålåstugan. Daar heb ik twee jaar geleden met Saar overnacht en Undis ontmoet (zie mijn Vita Bandet avontuur). Hoe hoger ik kom, hoe beterder de sneeuw. Bij de huttenwaard vraag ik naar het weer; dat blijft de komende dagen hetzelfde, overdag nipt boven nul, veel zon, weinig wind en pas einde van de week verandering met meer wind en wellicht neerslag. Bij deze hut koop ik een kaart die net wat gedetailleerder is, daar kan ik beter het terrein op bestuderen om eventueel mijn tent op te zetten. Water haal ik weer uit de rivier.
Ik vervolg mijn spoor in de richting van Gåsen. Tot een aantal jaar geleden was dit ook een huttencomplex, maar dat is nu gesloten. Doordat er minder mensen komen, is er meer ruimte voor de rendieren om ongestoord rond te lopen. Ik kom twee keer een vrouw tegen uit tegenovergestelde richting; met de 2e heb ik een gesprek. Het is een Zweedse die met slee en hond onderweg is. Zij kan mij vertellen dat ik eerst de Poolse Agnieska gezien heb – wat een toeval, haar ken ik van de reünie van de Gröna/Vita Bandet! Balen dat ik haar niet even gesproken heb – ik neem me voor om haar op Insta een bericht te sturen.
Het is werksneeuw en ’s avonds ontdek ik dan ook mijn eerste blaren. Die moet ik morgenochtend niet vergeten af te plakken. Enne, de weersvoorspelling blijkt nu al niet te kloppen – hoe hoger ik kom, hoe meer wind er is. Dat betekent wellicht plannen wijzigen; geen tent maar een indoor-overnachting.
Dag vier
Net voor ik bij Gåsen ben, kom ik in ‘mijn witte wereld’. Plots heb ik zicht op Helags en Sylarna en niets dan een witte vlakte met lichte stuifsneeuw. Ik sta letterlijk en figuurlijk even stil – dit is en blijft zo bijzonder.
Na mijn juichmoment en filmpje ga ik verder. Een ijzige afdaling en een even ijzige beklimming. De wind neemt toe en soms kom ik amper omhoog door de wind tegen. Het is open terrein en ik vraag mij af of en waar ik mijn tent kan opzetten. Met deze wind kan ik dat niet; ik besluit rust te houden bij de raststuga en mijn opties te overwegen. Het is slechts 8km verder naar het Fjällstation van Helags, daar kan ik sowieso binnen slapen. Maar in die 8km zit nog een beste afdaling en klim; het kostte me net al best wat moeite dus gemakkelijk zal het niet zijn. Ondertussen drink ik een koffie in de deuropening van de raststuga. Zo zittend in het zonnetje is het heerlijk, maar als ik mijn neus om de deur steek, voel ik de koude en harde wind. Ik besluit om hier te blijven; ik inspecteer mijn hielen en constateer dat de tape goed is blijven zitten. Verder lees ik in mijn ene boek uit en luister wat podcasts. De wind blijft toe nemen en loeit om de raststuga. Ik ben blij met de beslissing om hier te blijven. Deze nacht ga ik een paar keer naar buiten – in de verte zie ik het licht van Fjällstation Sylarna en ook het noorderlicht is aan meerdere kanten zichtbaar. Maar, het regent ook deze nacht – bah dat betekent niet veel goeds voor de sneeuw.
Dag vijf
Vandaag is het een kort stukje naar Helags Fjällstation – maar dus wel met de nodige daal- en klimmeters. Ik heb geen haast want als ik opsta, miezert het nog. En niets zo vervelend als langlaufen in je regenpak. Gelukkig klaart het op en ik kan vertrekken. Omhoog doorkruis ik ijsvlakten en dat is met de stijgvellen nog te doen; mijn pulka zwiept wel gemakkelijk uit mijn spoor maar heb ik nog nipt onder controle.
Dan kom ik over het zadel en heb ijsvlakten voor mij in de afdaling. Dat is geen optie. Ik zou kunnen wachten tot de zon haar werk doet en het weer slushpuppie-sneeuw is, maar ik besluit om de snowshoes aan te trekken en naar beneden te wandelen.
Halverwege is de sneeuw alweer zachter en ga ik verder op de stijgvellen. Het voelt goed deze ochtend – ik ben blijkbaar zen geworden met het tempo/de inspanning/de tred/de omgeving, of wat dan ook.
Ik heb mijn oog op Helags laten vallen omdat ik hier graag naar de sauna wil. Twee jaar geleden was ik hier met Saar, maar we waren in het voorseizoen dus hadden we geen sauna. Vanuit de sauna heb je namelijk een fantastisch zicht op de gletscher Helags. En verder is dit sowieso een luxe plek, want er is electriciteit, stromend water en wifi.
Dag zes
Zodeknetters, ik heb een nacht extra geboekt want de wind is stormachtig. Hier kan ik vast niet tegenop met mijn pulka. Een rustdagje op deze plek kan geen kwaad. Mijn kamergenoten gaan tegenwinds naar Ljungdalen. Dat maakt me dan weer aan het twijfelen – zou ik dan toch niet op pad moeten? Maar als ik naar het gebouw met de keuken loop en bijna omver waai, ben ik blij met mijn keuze.
Vandaag hang ik rond in de keuken, bij de haard in de gezelschapsruimte en uiteraard ga ik einde middag weer naar de sauna. Af en toe speelt de twijfel weer op; ik zie namelijk een vrouw met twee honden uit de richting van Sylarna komen – verplaatsen kan dus wel. Maar dan spreek ik twee oudere Zweden en die zijn zo heilig overtuigd van het gevaar van de wind dat ik weer blij ben om in de sauna te zitten. Afijn, ik check elk uur de weerberichten maar voor morgen is het niet veel beterder dan voor vandaag. ’s Avonds besluit ik om het morgen toch te gaan proberen – lukt het niet, dan kan ik nog terug.
Dag zeven
Vandaag ga ik op pad naar Sylarna, het noorden. De wind komt uit het zuiden; dus ik heb voornamelijk wind in de rug. Dat klinkt okay, maar ik weet niet of dat wel zo handig is met een pulka. Ik ga het meemaken; ik bereid me erop voor dat ik ofwel terug moet ofwel de nacht (of twee) in een shelter moet verblijven. Dat laatste betekent dat ik veel gekookt water meeneem; met mijn rugzak ga lopen (met daarin de noodzakelijke dingen bij de hand) en de snowshoes bovenop de pulka leg.
De eerste twee uur, tot de shelter, is het redelijk vlak met verijste sporen – ik ga als een jekko. De wind is do-able en de zon schijnt zelfs. Dit voelt prima; een beetje koude billen, maar zonnetje warmt wat op. De raststuga ligt op een kleine, groene heuvel; ik besluit eromheen te gaan en dan mijn pulka achter te laten om binnen wat te eten en drinken. Maar helaas, ik vind geen plek waar mijn pulka niet wegwaait. Dan ga ik maar door.
Het wordt lastiger terrein, de ijzige oppervlakte blijft maar ik moet nu traverseren op een licht schuine helling. Ik heb nog amper grip met mijn ski’s en mijn pulka zeilt naar beneden of toppelt omver. De wind komt nu meer van opzij en ik kom nog amper vooruit. Als na ruim een uur mijn pulka weer op z’n kant ligt, besluit ik de snowshoes aan te trekken. Het gaat met deze omstandigheden niet eens zoveel langzamer. Omdat mijn horloge ergens op ‘stop’ is gegaan, heb ik geen idee hoeveel km’s ik onderweg ben. Mijn kaart zit in mijn rugzak en die wil ik niet pakken want dan waai ik (evt met kaart) waarschijnlijk weg. Rustigaan doorgaan is het beste wat ik kan doen. Nog geen half uur verder en ik zie een bordje, verbaasd constateer ik dat het nog maar 3km is – jippie! Het gaat nog steeds goed, maar ik zou het helemaal niet erg vinden om er te zijn…
Afijn, weer een km verder draai ik de laatste vallei in en heb weer wind recht van achteren. De wind is toegenomen en ik ben heel blij dat ik op snowshoes ben. Zelfs nu wordt ik ongecontroleerd naar voren geduwd op het licht dalende terrein. En nog vervelender, mijn pulka begint te dansen. Die moet ik dus proberen op de sneeuw te houden anders ben ik echt de pineut. In de verte zie ik de hutten van Sylarna, maar oei deze wind.. het zal nog even duren, eer ik er ben. Ik druk verwoed op de stangen van mijn pulka om deze laag te houden. Dan denk ik een stem te horen – nah dat kan niet. Toch hoor ik weer wat en het is de Britse met de honden. Ik stap nog net op tijd opzij – zij heeft haar slee ook niet 100% onder controle. Ze zoeft voorbij met de tekst: “Quite windy not?!”. Ik sjok rustig door; blij dat ik overeind kan blijven staan. Mijn pulka gaat nog twee keer om – daar valt mee te leven nu ik de hut in zicht heb. De wind neemt verder toe en mezelf tegenhoudend bereik ik de hutten. Hier moet ik eerst stil staan om op een luw moment te wachten om mezelf te kunnen omkeren om het hoofdgebouw binnen te kunnen gaan. De sneeuw stuift aan alle kanten op en ik probeer mijn slee in de luwte weg te leggen. Het kost me tien minuten en dan kan ik naar de deur, maar op de ijsvlakte zeil ik bijna voorbij de deur, gelukkig kan ik mij aan de deurpost vastgrijpen. Het is best hilarisch – al vond ik dit wellicht nog wel het lastigste deel van de dag.
Eenmaal binnen moet ik enorm bijkomen. Ik ben gewoon van slag, beetje zeeziek en rillerig. Op adrenaline heb ik de tocht gedaan en was alles prima, maar nu mag ik ontspannen en komt er toch wat spanning los. De sauna klinkt dan ook als een heerlijk vooruitzicht. Maar eerst nog de spullen uit mijn slee – ik vraag de hulp van twee mannen om mijn slee naar binnen te krijgen, dit had me echt niet in mijn eentje gelukt. Wat een storm! Ik heb meteen voor twee nachten geboekt – morgen is het namelijk een vergelijkbare dag.
Dag acht
Aan het ontbijt weet ik het zeker; ik zie Lars en spreek hem aan. Lars ken ik ook nog van de Vitabandet, samen met Elin zaten zij een paar dagen ‘achter mij’. Wat mooi toch dat je in de bergen altijd wel mensen tegenkomt die je nog kent van een ander avontuur (zie ook mijn ontmoetingen met Bente de afgelopen twee jaren). Blij ben ik met de rustdag van vandaag – binnen lijkt het altijd wel erger te zijn dan buiten, maar ik vind het voor vandaag wel gezegend na mijn avontuur van gisteren. Maar alvast vooruitkijkend zal ik mijn plannen weer moeten bijstellen, want de wind blijft uit het zuiden en omhoog buffelen met wind tegen is geen succesvol plan.
Dag negen
De storm is niet over; de wind raast nog steeds met veel lawaai. Maar, er is wel zicht en ik heb vertrouwen dat de pulka niet gaat dansen. Kortom, ik ga op pad naar Storulvån – dat is naar het noorden en dus met de wind in de rug. Het is geen lange etappe en voornamelijk bergafwaarts. Met die storm van eer- en gisteren is er wat sneeuw bijgekomen – deze is nu aardig te doen. Soms nog wat ijzig, maar ik kan op de ski’s vertrekken (jippie!) al houd ik voor de zekerheid de stijgvellen onder. Ik heb de aanname gedaan dat de wind steeds minder wordt naarmate ik lager kom. In het dal is het een ‘normale’ wind. Echter, het lijkt wel of ik de wind meeneem. Halverwege is een raststuga en de windmeter aldaar staat op 15 met uitschieters naar 20 (ieks).
Het is zaterdag en er komen best wat mensen omhoog. Storulvån is de bewoonde wereld, daar kun je met de auto komen. Ik wil graag tenten en hoop dat ik een goede plek kan vinden – ik wil graag weer stilte en alleen zijn. Redelijk rap kom ik beneden en besluit eerst koffie te drinken in het Fjällstation voor ik de tent ga opzetten. Het is namelijk net boven nul en pas na vier uur onder nul. Het is fijner als de ondergrond net wat harder is dan nattige sneeuw.
Gelukkig vind ik een mooie plek op een heuveltje, middenin diepe sneeuw. Ook als ik het aangestampt hebt, blijf ik er doorheen zakken. De snowshoes heb ik dus nodig om de tent op te zetten. Als de tent staat, hoor ik de stilte en geniet. Na vier nachten indoor is dit toch wel erg fijn hoor.
Dag tien
Het is heerlijk wakker worden in de stilte. Rustigaan opstaan en de tent afbreken. Storulvån ligt laag dus is het vandaag flink werken om naar de volgende bestemming te komen. De zon schijnt lekker en wind neemt heel rustigaan beetje bij beetje toe. Vanuit de berkenbosjes kom ik weer op de witte vlakte, de witte wereld. Ik heb vergezichten op Sylarna en zelfs in de verte zie ik Helags.
Mijn doel is om vanaf het hoogste punt, de hut Blåhammaren, 7km door te lopen naar een lager gelegen beschut gebied om daar de tent op te zetten. Echter bij Blåhammaren komt de wind me om de oren – dus ik besluit te blijven. Het is tot nu een heerlijke tocht, maar de wind neemt toe en ik heb geen zin in gehannes met de tent met wind van 18 m/s of meer (dat is alweer de voorspelling). Ik pas mijn plan dus weer aan. De hutten van Blåhammaren zijn niet geweldig – de sauna heeft daarentegen prachtig uitzicht op Storelien (een lager gelegen dal vlakbij de Noorse grens). Er is hier weer elektriciteit en in het hoofdgebouw is wifi – best luxe.
Dag elf
De windvoorspellingen liegen er wederom niet om – tegenwind van 18+ m/s. Het eerste deel gaat omlaag, richting de plek waar ik eigenlijk mijn tent op had willen zetten. Binnen 500m lig ik op mijn snufferd met gedraaide pulka achter mij en nog geen 100m verder toppelt mijn pulka uit zich zelf. Hmm, ik hoop niet dat het zo’n dag gaat worden want dan kan het lang duren.
In het dal is er nog steeds veel wind en niet echt een beschutte plek om mijn tent neer te zetten. Althans, het kan vast wel maar ik heb niet zo’n vertrouwen in mezelf om de tent met deze wind goed op te kunnen zetten – ik zou mij er niet veilig bij voelen. En dus voel ik me een aansteller dat ik doorga naar Storerikvollen, een hut in Noorwegen. Het is wel op de gok want ik heb geen sleutel bij en ook geen boeking gemaakt, maar ik waag het erop. Onderweg zijn er mooie, zwarte luchten en het laatste stuk is nog best pittig met de natte sneeuw, de plusgraden en fikse zijwind.
In de raststuga blijf ik iets langer hangen. Ik weet dat potentieel vijf Zweden naar deze hut gaan en zij hebben vast sleutel bij. Inderdaad doen zij ook een snack in de stuga en gaan dan weer door. Ik besluit een kwartier later achter hen aan te gaan – dan kunnen zij vast de hut voor mij openen (knipoog). Tegen 14 uur ben ik bij de hut; de Zweden hebben het vuur aangemaakt en zijn traptredes aan het maken richting toilet. Ik ben niet de enige zonder boeking. In de loop van de middag stroomt de hut vol en om 16uur zijn alle bedden bezet.
De algemene vraag die in de lucht hangt, is “Waar ga je morgen heen?” De weersvoorspellingen worden erbij gepakt. Er is weer een grote bak wind (what’s new?!) en die zou ik tegen hebben als ik doorga naar de volgende hut. Ik heb er gewoon niet zoveel zin meer in. Mijn windtolerantie is op. Ook heb ik geen zin om te wachten op beterder weer, want dat is tot nu toe niet uitgekomen. Dus verander ik voor de laatste keer van plan en besluit verder af te dalen en het gebied uit te gaan. Uit de witte wereld, terug naar de bewoonde wereld.
Dag twaalf
Mijn kamergenote staat heel vroeg op – ik ben al wakker dus volg haar voorbeeld. Sowieso wordt het vandaag een lange dag qua kilometers dus vroeg op stap is prima. Het weer ziet er kalm uit, een opkomende zon en weinig wind. Bijhijna wilde ik weer mijn plannen wijzigen maar kijkend naar de voorspellingen is dit gewoon weer eens een stilte voor de storm.
De route is eerst prima te volgen, maar na 4km ben ik blij dat er verse sporen zijn. De wind steekt inmiddels op en komt van opzij. Ondanks dat ik vandaag lager uitkom, moet ik toch eerst omhoog om over een zadel te komen. Het is lastig met de steeds toenemende wind van opzij, ik kan mij soms amper staande houden. Op een windarm plek drink ik een kop thee en ga weer door. Ik loop over een vlakte en de wind valt met een enorme kracht over de berg naast mij. Man, man, dit is ongelooflijke sterke zijwind. Mijn pulka wordt naast mij geslingerd en bij tijd en wijle zelfs bergop gestuwd! Een heuveltje ter hoogte van een verkeersdrempel dwingt mij tot visgraten. Het is meer dan een uur zwoegen om mezelf vooruit te krijgen en niet omver te laten blazen. Mijn jas flappert, mijn pulka breekt uit en ik houd mijn stokken gespannen vast (anders zwaaien ze opzij). Oeioei, ik ben blij al ik de luwte bereik. Hier ga ik uitgebreid koffie drinken en wat snacken – ik ben namelijk al vier uur onderweg.
De route gaat verder bergafwaarts door het bos, over een sneeuwscooterspoor. Het is mooi en ik ben blij dat het te doen is qua wind en qua sneeuw. Na 21km kom ik op een punt waar ik hoopte een shortcut te kunnen nemen. Maar nee, ik mag nog 9km door. Gelukkig is dit over een prachtige loipe, wel met wat meer sportieve hoogtemeters (dat is dus steil).
Rond drie uur kom ik in het dorp, Ås i Tydal, aan. Hier is geen sneeuw meer en dus moet ik nog maar zien hoe ik bij het hotel kom (2km verderop). Bij het lokale cultuurhuis neem ik een koffie met croissant en bekijk mijn opties. Eigenlijk zijn er niet veel opties – of het hotel bellen of een uur wachten en de bus pakken voor twee haltes en dan 400m wandelen. Ik kies voor het laatste. De buschauffeur helpt me de pulka in de bus te leggen – als ik hem zeg waar ik heen ga, glimlacht bij en schud zijn hoofd. Tja, de lente is een maand te vroeg gekomen (weinig sneeuw meer) maar geen nood. Mijn buschauffeur besluit mij voor het hotel af te zetten; kortom, hij draait de grote lijnbus het kleine gravelpaadje op en rijdt rustig naar het hotel. Dat ik op die manier aankom, had de hoteleigenaar ook niet verwacht.
Morgen wordt een uitdaging want de lijnbus zal mij niet ook nog eens komen ophalen bij het hotel. Dus ’s avonds inspecteer ik het sneeuwrandje langs de weg – het zou nipt lukken om bij de bushalte te kunnen komen. Wat ik nog niet weet, is dat het de hele nacht hard blijft dooien en de volgende ochtend is dan ook dat kleine randje sneeuw verdwenen.
Gelukkig is daar de hoteleigenaar (op krukken), hij brengt mijn bagage met de tractor naar de bushalte. Ik besluit spontaan om alle Noorse mannen geweldig te vinden! Vooral als die ochtend een andere buschauffeur voor mij omrijdt met de lijndienst om mij vlakbij mijn hotel in Trondheim af te zetten.
In Trondheim moet ik erg wennen dat ik uit de witte wereld ben, geen stilte maar sirenes, bussen, auto’s en veel mensen die geluid maken. Dat doet mij maar weer beseffen dat ik toch wel erg gezegend ben dat ik weer een tijdje in de witte wereld heb mogen vertoeven. Hier kan ik wel weer even op teren..
2025, vrijdag 6 maart tot en met dinsdag 17 maart was ik in de Zweedse/Noorse bergen bij Helags en Sylarna
Wat als je in het noorden van Duitsland bent en de mogelijkheid hebt om daar je vakantie te plannen – dan ga je een mini-ronde westelijke Oostzee rollen.
Ik ga op rolski-vakantie, aka rolliday, en ik heb geen idee waar ik aan begin. Maar hoe ga ik dat aanpakken? Want, punt één: je kunt niet overal rolskiën; je bent afhankelijk van de ondergrond en hoogtemeters. En ten tweede: hoe gaat het rollen met een gevulde rugzak?
Online zocht ik een lange afstandsfietstocht op – hopende dat daarmee de ondergrond een beetje okay zou zijn. Al is dat altijd wel wat lastig in Duitsland; gravel- en bospaden vallen daar ook onder de normale fietspaden. Een mooi tochtje leek mij wel de Oostzee-route; de volledige versie was me iets te gortig voor de eerste keer dus maakte ik er een mini-ronde van. De gpx haalde ik door Komoot om een impressie te krijgen van de ondergrond en ook de hoogtemeters. Dat zag er niet al te gek uit. Een laatste check op supermarkten en overnachtingsmogelijkheden en ik maakte een grove schets met de belangrijkste info.
En dan die rugzak – ik heb wel met een dagrugzak gerold maar dat waren korte stukken en met weinig inhoud. Ik waag de gok en pak mijn dagrugzak in; zo min mogelijk mee en wel flex blijven mocht het tegenzitten. Dat betekende bivak en slaapzak mee en grote waterzak voor voldoende vocht. Deze items betekenen meteen heel wat voor het volume dus verder heb ik alles zoveel mogelijk geminimaliseerd. Mijn rugzak kwam uit op 5 kilo met de vaste spullen en dus rond de 8 kilo met eten & drinken.
Oldenburg in Holstein – Gut Schmoel 41KM
Begin van de middag sta ik op het station klaar met mijn rugzak. Ik kan beginnen; het is altijd wat lastig om weg te komen uit een stad en de fietsbordjes zijn niet dicht bezaaid. De stad is niet groot en na wat gekrioel over kinderkopjes in het centrum ben ik toch nog snel op weg naar de kust. Het is wennen aan de dynamiek van het rollen met rugzak en in de toermodus komen. Mijn doel vandaag is niet om ver te komen, maar alleen om de ‘kop eraf’ te rollen en onderweg te zijn. Op de eerste kilometers van mijn Runde zijn er genoeg campings dus ik verwacht daar een plekje te vinden.
De rugzak voelt okay; al heb ik mijn waterzak nog niet afgevuld omdat ik verwacht snel bij een camping te zijn en te stoppen. Het asfalt ligt er prima bij en ik ben razendsnel bij de kust. Dus rol ik rustig door met de Ostsee op rechts. Bij Alte Liebe pak ik een frietje als verlate lunch en top ik mijn waterzak toch maar helemaal af want het is warm. Ik ben blij om onderweg te zijn dus rol ik door. De route gaat slingerend langs de kust en door het binnenland waarbij er ook wat hoogtemeters gemaakt moeten worden. Het gaat allemaal prima, het naar beneden gaan op de weggetjes gaat geleidelijk en dus durf ik me te laten rollen. Tot ik op borden het woord “Steilküste” zie staan – oepsie, ik ben in de regio van de Steilküste.. meteen gaan de ankers uit bij de volgende afdaling en verwacht ik om elke bocht een steile klim of afdaling. Het blijkt mee te vallen, ondanks dat de uitzichten op de mooie rotswanden langs de zee anders doen vermoeden.
Het is begin van de avond en ik stop bij een camping – het ziet er niet echt gezellig uit en het is een prachtige avond. Ik besluit water in te slaan, door te rollen en wel zien waar ik uitkom. Nog geen kilometer verder kan ik van de rolski’s stappen – hier is een deel van het kustpad weggeslagen en het pad is een gatenkaas. Ik wandel met de rolski’s en stokken in mijn hand door een prachtig natuurgebied. Er is een vogelspottersplek en even denk ik dat dat een perfecte plek is om te blijven rondhangen, maar ik ben daar niet de enige. Dus wandel ik verder door het Strandseelandschaft bei Schmoel. Inmiddels heb ik al mensen gesproken die mij konden vertellen dat het pad er tot na het natuurgebied zo bij ligt (kilometer of 4), dus ik besluit mijn gewone schoenen aan te trekken, dat wandelt toch net wat prettiger.
Op een bankje in de avondzon snack ik nog wat en ik rol een uurtje later mijn bivak uit langs een maïsveld bij Gut Schmoel – alleen al om de naam wilde ik daar wel blijven.
Dit is vet mensen – ik ben begonnen met mijn rol-avontuur!
Gut Schmoel – Friedrichsort 47KM
Het is bewolkt als ik wakker word en snel pak ik mijn natte boeltje in en ga onderweg om mezelf warm te wandelen. Ruim een kilometer verder ben ik buiten het Naturschutzgebiet en ligt er weer asfalt. Ik stap op en rol richting de supermarkt van Schönberg voor mijn ontbijt. Bij de Edeka scoor ik een koffie en croissant en nuttig dit de regionaal bekende Strandkorb (beschutte strandstoel). Langzamerhand komt de zon door en wordt het flink warm. Ik rol vlak langs de zee over een kilometers lange boulevard – grof asfalt en flinke bak wind tegen. Onderweg drink ik her en der een koffietje en zo af en toe plons ik in de zee voor verkoeling.
Mijn Runde draait richting het zuiden, richting Kiel. De wind komt nu wat meer van opzij in plaats van rechtvooruit – dat is fijn. Lunchen doe ik aan zee bij het Sommerhaus van Zantopps. Vanaf het terras heb ik zicht op Friedrichsort, dat ligt aan de andere kant van het water, een aantal kilometer ten noorden van Kiel. Een hotel in dit dorp is mijn mikpunt voor vandaag – dus ik mag door de warme stad rollen. Het gaat heuvelop en wandelend heuvelaf; het is plakkend warm, luidruchtig en het stinkt in de stad. Ik ben blij als ik over de boulevard rol en verfrissing van het water voel.
Net boven Kiel ligt het kanaal dat de Oostsee met de Noordzee verbindt en daar mag ik met een veer oversteken. Ik ben in Holtenau, rol wat langs het water en zie in de verte kinderen in het water plonzen => een Seebad! Dolgelukkig meld ik mij bij de poort voor een duik. Hierna bol ik rustig uit naar mijn onderkomen.
Wat een prachtige dag was dit; veel langs de zee over asfalt gerold met her en der een gravelstrook.
Friedrichsort – Kappeln 72KM
Bijtijds sta ik op om weer naar een supermarkt voor ontbijt te rollen. Het voelt al bijna als een vaste gewoonte. De eerste supermarkt komt wel erg snel, dus ik besluit 10 kilometer door te rollen naar Schilksee. Oeps, daar zit een flink stuk onverhard in waar ik niet kan rollen. Toch een beetje chagrijnig en hongerig kom ik bij de REWE aan – gelukkig is de filterkoffie goed en smaakt de croissant weer heerlijk. Vandaag heb ik een rollend landschap met veel schaduw en ik stap weinig van de rolski’s. Mijn supermarkt-lunch eet ik aan het strand van Eckenförde. Het is vakantie en superdruk op het strand, maar gelukkig merk ik alleen rondom steden wat van de vakantiedrukte.
En ja, hotels boeken is ook lastig – dat bleek vandaag wel. Rond drie uur in de middag kom ik bij het hotel waar ik graag wil overnachten; Booking.com geeft vrije kamers aan maar het reserveringssysteem ter plekke laat zien dat alle kamers bezet zijn. Dat is een teleurstelling aangezien het volgende hotel met plek ruim 20 kilometer verderop ligt; wel zijn er nog campings onderweg. Dus ik gooi mijn tas op de rug en rol door.
En ik had het tot nu toe getroffen met prima ondergrond, maar nu tref ik zelfs spiffy asfalt aan en ik raffel de kilometers af in de schaduw van de bomen. Voor ik er erg in heb, ben ik in Kappeln (die stad van 20 kilometer verder) waar ik wel een hotel vind.
Woow, dit was een rappe dag met heel veel kilometers – nu moet ik niet gaan verwachten dat het de volgende dagen ook zo gemakkelijk gaat..
Kappeln – Flensburg 69KM
Landbäckerei Ohm is ruim 10 kilometer verderop, maar het klinkt als een goede plek om te ontbijten. De Bäckerei ligt honderd meter van mijn route en bijna mis ik ‘m in dit slaperige dorpje. Bij aankomst blijken ze alleen nog maar bakkerij te zijn en dus schenken ze geen koffie.. dat is een tegenvaller. Ik bestel toch maar een croissant en vraag naar de dichtstbijzijnde koffie-plek. Tja, die is ver weg dus ik kijk teleurgesteld. De bakker kan wel een kopje thee verzorgen – ik ben blij, want heet water betekent voor mij koffie met mijn eigen prutzakjes! Yes, ik heb mijn ontbijt toch kunnen scoren.
Met een caffeïne-kick rol ik verder richting de Oostzee. Een stukje langs zee, stukje binnenland, stukje Naturschutzgebiet (waar ik uiteraard moest klunen) en ik kom bij havens uit. Hier heb ik mijn pijlen gericht op de volgende koffieplek, Fähr Café, in de hoop dat ze hier een fatsoenlijk stuk taart kunnen serveren. Het wordt een flink stuk taart matchend bij mijn outfit – jariger kan ik mij niet voelen!
De route slingert langs de kustlijn – de ene keer echt langs zee (meestal wandelen) en dan weer over binnenwegen – naar Westerholz. Dit blijkt een supertoeristische stek te zijn met verschillende restaurants aan de kust. Hoewel het na lunchtijd is, eet ik een portie Duitse Fish and Chips. Hier kom ik voor de derde keer het fietsende drietal tegen die dezelfde route afleggen. Met handen en voeten komen we erachter dat we dezelfde route doen, deze Fransen doen ook een mini-ronde – ik ben dus niet origineel met mijn route.
De route hierna gaat over prima asfalt maar wel met wat pittigere hoogte- en laagtemeters; ik stap vaak af om het eerste deel van de afdaling te wandelen. Fijn is dat er weer veel schaduw is op dit deel. Ik kom in de buurt van Glücksburg en rol over een deel van het fietsparkoers van de Ostseeman (triatlonwedstrijd) en weet dus zeker dat het asfalt goed is. Mijn overnachtingsplek is iets verder zuidelijk in de stad Flensburg; het laatste stuk in de stad is weer warm.
Het was een pittige dag door een supermooie omgeving en ik rolde gelukkig veel in de schaduw.
Flensburg – Vollerup 52KM
Stad uit – ik vind het altijd lastig; de route door het stadspark is niet te doen door de ondergrond en vooral ook de hoogtemeters. Daarna wandel ik een groot deel door het bospark in het grensgebied met Denemarken. Hiermee is het een langzame start van de dag – dat is geen fijn gevoel omdat je dan toch iets meer in de haastmodus gaat omdat je bang bent dat de rest van de dag evenzo langzaam gaat. Maar dat valt reuze mee en er zitten mooie stukken tussen waar ik lekker door kan prikken. Het Deense asfalt lijkt tot dusverre van prima kwaliteit. Na twee uur hoor ik: “Bonjour”; het is het Franse drietal, we hebben hetzelfde dagritme.
Ik laat mij de koffie en ijsjes goed smaken in Denemarken; alhoewel ijsjes, ze zijn er hier verzot op dus zijn ze van mega-formaat en in vele verschillende varianten. Na een mega-softijs in Sønderborg wandel ik over de Gendarmstieg langs de kust (te grof gravel om te rollen) verder richting het noorden. Mijn slaapplek is deze keer in Dan Hostel, een jeugdherberg. Helaas serveren ze geen diner en er is geen supermarkt in de buurt, dus doe ik het met een zak noten, kop thee en bouillon.
Vandaag aangekomen in Denemarken en het voelt alsof ik al op de helft ben maar dat hoeft niet zo te zijn want ik heb echt geen idee wat mij de komende dagen nog te wachten staat..
Vollerup – Svendborg 44KM
Het ontbijt heb ik deze keer wel geboekt, want na mijn karige diner wil ik de dag graag vol energie starten. Meerdere keren ben ik langs het heerlijke ontbijtbuffet gelopen. Vandaag is een dag met twee veerboten – ik steek namelijk het eiland Ærø over. De dag begint bewolkt en zelfs een piepklein beetje regen – heerlijk om niet ’s ochtends al verhit te zijn. Het rolt lekker door naar de eerste veerboot, al mag ik wel het laatste deel naar de boot wandelen omdat de weg net te steil is om mezelf te laten rollen. Bij de boot hoor ik weer het vertrouwde “Bonjour”; het kon ook niet anders dan dat we elkaar weer zouden zien. We spreken af dat we elkaar weer zien op de boot naar het volgende eiland, Fyn.
Ik verbaas me over het asfalt op het eiland – dat rolt lekker door maar de hoogtemeters zijn mij net wel te pittig. De route gaat van strand naar dorp hogerop en weer terug naar strand – het is dus continue af- en op- de rolski’s. Ik word er een beetje kierewiet van en het schiet niet op, maar de omgeving is echt prachtig. De boot naar Fyn mis ik op een paar minuten, in eerste instantie baal ik want ik moet nu een paar uur wachten op de volgende. Maar dan realiseer ik mij dat er een jazz-festival is in het prachtige dorpje waar de boot vertrekt. Het dorp Ærøskøbing is werkelijk idyllisch; prachtige kassei-straten, gerestaureerde kleurige huizen en bloemenpracht bij de voordeuren. Het jazz-festival is gezellig druk en de muziek is overal te horen zodat je niet eens een toegangskaartje hoeft te kopen om ervan te genieten. Ondanks de gezelligheid pak ik toch maar de volgende boot want ik wil wel in het licht bij mijn logeeradres in Svendborg aankomen.
Wat een verassende dag was dit – een prachtig eiland over gerold, veel moeten af- en opstappen en dan uiteindelijk getrakteerd worden op een jazz festival.
Svendborg – Nakskov 46KM
Ontbijten doe ik vandaag op mijn logeeradres – ik heb een kamer in een AirB&B huis, dus kan ik koffie en thee maken. En nog fijner, ik kan vandaag starten in een fris setje kleding want er was een wasmachine. Vandaag rol ik weer over een aantal eilanden, alleen zijn de eersten verbonden met bruggen. De stad uit rol ik over de Sendborgsundbroen van ruim een kilometer lang.
Ik kom op het eiland Tåsinge en via het slot van Valdemar (helaas gesloten) ga ik door naar Siø, het volgende eiland. Het asfalt langs de lokale “N-weg” is grof, het is volgens mij ook vals plat en ik heb wind tegen – kortom, het is werken om vooruit te komen. Aan het einde van de ochtend hoor ik een vrolijk “Bonjour”, iets later dan op andere dagen komt het Franse trio weer langs.
Vanaf Siø is er een kortere en ook steilere brug naar het volgende eiland: Langeland. De zon brandt er flink op los en ik kijk uit naar de laatste kilometers van deze dag. Deze gaan namelijk langs de zee en dat betekent dat ik een dip kan nemen. Maar voor ik daar ben, is er in Spodsbjerg nog een veerboot om van Langeland naar Lolland over te steken. Net voor vertrek, haal ik een fish & chips bij de lokale visboer. Het is er druk en dus duurt het lang voor ik mijn portie in handen heb. (te) Snel verorber ik mijn gloeiend hete lunch en hop ik aan boord.
Wind om af te koelen is er amper op Lolland en ik rol op een rustig tempo richting de zee bij Nakskov. Het water is heerlijk verkoelend en ik blijf er extra lang in liggen. Als ik bij mijn slaapadres kom, is al mijn water op – dat zegt genoeg over de warmte van vandaag. Nakskov is een gek stadje; veel grijs in de omgeving, geen echt centrum en overdag weinig te beleven. Blijkbaar is er ’s nachts wel wat te doen, want het is flink rumoerig op straat.
Ondanks het vele asfalt voelde het alsof het niet opschoot deze dag, waarschijnlijk speelde de warmte me wat parten.
Nakskov – Rødbyhavn 44KM
Ook nu kan ik weer mijn eigen ontbijt maken en vertrek ik vroeg. Het is grijs, er staat een stevige wind en er is regen voorspeld. De originele route gaat grotendeels langs de kust en is onverhard – een stuk van ruim 25KM lang. Dat is me iets te gortig en dus pak ik de geasfalteerde wegen in het binnenland; het levert geen winst op in de afstand maar wel in het rolplezier. Als ik een uurtje onderweg ben, voel ik lichte miezer. Ik kan bijna niet ontwaren uit welke wolken die neerslag valt, want het is wel grijs maar niet donkergrijs. En verder valt het me op dat er geen heuvels zijn, ik kan kilometers ver kijken – dit is een vlak eiland!
Tijdens mijn koffie-pauze zie ik op rechts wel donkere wolken en ik check de buienradar. De activiteit zeilt langs mijn route dus ik hoef me geen zorgen te maken. Een uurtje later is de donkere lucht op rechts bijna zwart gekleurd en vertrouw ik het niet helemaal. Ik check nogmaals buienradar en zie dat nog steeds deze regenbuien langs mij heen zeilen, maar met het gerommel van onweer in mijn buurt besluit ik in de buurt van de boerderij te wachten. Bij een bos trek ik mijn rolski’s uit, leg ik mijn rugzak op de grond en pak een shirt lange mouw om warm te blijven. Met een kwartiertje wachten zal het vast voorbij/over gewaaid zijn. Het begint te druppen en voor ik goed en wel mijn regenjas uit mijn tas heb, is het aan het stort regenen. Het is nog heel even droog onder de bomen maar dat duurt niet lang. Ik kijk om de hoek en zie dat er nog veel meer superdonkere wolken mijn kant op komen.
Snel pak ik mijn bivakzak en trek deze aan – dan houd ik tenminste ook droge benen en schoenen. Buienradar heeft het dus helemaal mis en ik sta een uur lang met gebogen hoofd te luisteren naar het getik op mijn bivakzak. Ik koel enorm af, ondanks mijn warme shirt en winddichte zak. Op het moment dat het lichter wordt en de regen iets minder wordt, pak ik snel mijn spullen om verder te gaan. Ik heb wind in de rug dus dan voelt het minder koud aan. Een uurtje verder houd ik een korte pauze en zie bij toeval een overdekte picknickplek; mijn oog is er nog niet net op gevallen of de druppels vallen alweer op de grond. Ook hier kan ik een uurtje schuilen, al is deze plek wel een stuk comfortabeler dan de vorige. Ik zit op een bank en kan rondlopen/springen om mezelf warm te houden. Uiteraard trekt ook deze bui op een keer over en stap ik weer op de rolski’s.
Vandaag kan ik bijna alles rollen dus ondanks de regen schiet het wel op. Net na het middaguur meld ik mij bij het luxe Hages Badehotel. Hier heb ik een huisje voor mezelf, maar ik moet daar helaas nog wel 3 uur op wachten. Dus plons ik in het bijbehorende zwembad, doe ik boodschappen in het ernaast gelegen pretpark en lig wat in de zon te soezen – ja, het is nu wel prima weer!
Dit was een prima en redelijk korte roldag met gerommel van onweer op de achtergrond over een plat eiland.
Rødbyhavn – Oldenburg in Holstein 62KM
Ontbijt is in de prijs inbegrepen dus breng ik een uur door aan de ontbijttafel – een overheerlijk buffet. Vandaag verwacht ik mijn ronde te beëindigen, maar voor ik aan deze rol begin ga ik eerst met de laatste veerboot van deze trip naar het Duitse eiland Fehmarn. Het is wel even zoeken naar de voetgangerstoegang van het grote veer. Op dit eiland heb ik ook mijn route deels omgelegd naar asfaltwegen; 2×10 kilometer potentieel klunen is me te veel. Het is rustig zonnig weer en ik heb prachtige vergezichten op windmolens en over glooiende akkers.
Halverwege het eiland ontwaar ik in de verte de superhoge brug naar het vaste land – ik kijk ernaar uit, het lijkt me mooi om op het hoogste punt te staan. Maar eerst nog wat kilometers wegrollen voor ik er ben. Bij Petersdorf stop ik bij de REWE voor een koffie met croissant – die gewoonte was ik al bijna verleerd.. In het zonnetje rol ik verder en kom langzamerhand dichterbij de brug.
Plots is daar de fietsopgang naar de brug, maar verdikkeme die is afgesloten en er staat een bord bij met “Sperrung”. Hè dat is balen; er blijkt een busdienst over de brug te zijn die niet vaak gaat en ook nog eens zeer onregelmatig. Maar ik kan niet vinden waar de opstapplaats is; ja, er staat een dorpsnaam bij van een dorp 5 (!) kilometer verderop. Ik vraag fietstoeristen hoe ik daar het beste kan komen – een gravelpad..uiteraard.. Het schiet niet op en ik word er niet echt blij van dat ik eigenlijk niet weet waar ik naar toe moet. Onderweg vraag ik andere fietsers, maar niemand lijkt het te weten. Ik zoek nog eens op internet hoe het precies zit en kom erachter dat het dorp nog 3 kilometer verderop ligt en ik nog een kwartier heb voor de bus. Ik rol hard door, maar bij het dorp weet ik weer niet waar ik moet zijn – geen borden, geen plattegrond, niets. Ik rol het dorp uit richting brug en vraag het nogmaals aan fietsers. Samen komen we eruit dat ik in ieder geval de verkeerde kant op rol want daar is geen oprit van de brug. Dus ik ga in rap tempo terug naar het dorp en rol door het centrum en ben alweer bijna het dorp uit als één van de fietsers mij hard achterna komt. Ze hebben de bushalte in een nauw zijstraatje ontdekt en roepen me terug – superfijn! Ik spring op de bus en kom erachter dat de buschauffeur absoluut geen haast heeft. De fietsen worden op een aanhanger geladen en het is drie kwartier later eer we vertrekken. Ik vind het niet erg; ik zit in de schaduw en heb nu rustig de tijd om te eten en drinken en vooral ook om bij te komen – ik had me rot gerold!
Ik vervolg mijn trip en kom door Heiligenhafen – oepsie, wat een toeristenoord is dit. Bij het strand moet ik me tussen de mensen door wurmen om bij het water te komen voor een dip. Verder is het druk op straat en lawaaierig. Grappig, want dat had ik op basis van de kaart niet verwacht.. ik dacht dat dit een stuk van de Steilküste (ja – we zijn er weer!) zou zijn door een natuurlijk landschap. Gelukkig gaan de laatste kilometers naar Oldenburg wel over rustige landweggetjes – stijgingspercentages zijn flink dus af en toe wandel ik weer. Het is een prachtig stuk van deze laatste etappe. Bij Oldenburg leg ik mijn hand op het plaatsnaambord en eindig ik mijn avontuur op de mini-Ostseerunde/mini-Østersøruten.
Wat een prachtig landschap is dit. Buiten de steden is het niet toeristisch terwijl er toch veel campings en natuurlijke/culturele hot spots zijn. Het rollen ging goed, het klunen was overzichtelijk, de rugzak voelde prima en ik had fantastisch weer => mijn avontuur is enorm geslaagd!
Totaal 477KM in 9 dagen afgelegd, waarvan zo’n 90% gerold en de rest geklund/gewandeld in verband met de ondergrond en/of hoogtemeters.